Kazachstan, een land waar ik enorm naar uitkijk. Ik heb altijd geroepen dat de reis daar pas echt zal beginnen. Maar waarom? Ik weet niet eens wat ik er van moet verwachten. Meer inzicht dan één fietsreisdagboek heb ik niet. Het enige wat ik wel weet is dat het vreselijk warm kan worden en het voor ons de weg naar Azië zal openen…

fietsroute-door-kazachstan

Afbeelding 1 van 1

 

Kennismaking met Kazachstan

Eenmaal door de grenscontrole maken we vrijwel meteen kennis met slechte asfaltwegen, immense leegte en kamelen. Zij kijken ons net zo verwonderd aan als wij hun. Het is rond de middag en de temperatuur loopt al ver op boven de 35°. We passeren enkele huizen, gebouwd uit leem en stro maar winkels zijn nergens te bekennen. De kaart geeft aan dat het nog ongeveer 45 kilometer naar Ganyushkino is. De eerste redelijke plaats op onze route. Eenmaal daar vinden we na wat zoekwerk enkele winkels en een pinautomaat. Gewapend met vier briefjes van 10.000 (€ 200,-), volle tassen eten en voldoende drinken beginnen we aan de 250 kilometer lange weg richting Atyrau. Onze eerste stad in Kazachstan. De leegte om ons heen is eindeloos en meer als dor steppegras groeit er niet. Na een dag vol nieuwe indrukken vinden we in het duinenlandschap, nabij de Kaspische zee, een geschikte slaapplek. Mijn huid voelt vies en kleurt bruin. Met slechts één bekertje water, verdeeld over een washandje was ik het mengsel van zweet, zonnebrand en stof van mijn lichaam. Dit is het leven voor de komende twee maanden denk ik terwijl ik ‘gewassen’ met 0.2 ml water op mijn matje naar de schitterende, oranje gekleurde zonsondergang kijk.

We besluiten elke ochtend vroeg op de fiets te zitten om zo de middagwarmte een beetje te ontlopen. Al is het flink zweten voordat we het duinenlandschap van afgelopen nacht uit zijn en de hoofdweg bereiken. De weg strekt zich eindeloos voor ons uit en we komen vrijwel geen verkeer tegen. Langs de kant van de weg zien we alleen kamelen en ‘ja-knikkers’ (olieboren). Voor de rest is het vlak en vanwege de warmte trilt het asfalt langzaam weg aan de horizon. We fietsen een kleine 50 kilometer en stoppen in een cafeetje voor de middagpauze. Een ruime menukaart hebben ze niet. Borsjtsj, Plof of Manthi. Twee van de drie gerechten zijn voor ons nieuw en tijd om eens te proberen. Plof bestaat uit rijst met wat groenten en Manthi uit deegtulpjes met vlees. Beide misschien al een weekje oud en heerlijk lauw opgewarmd in een magnetron. Gelukkig is de vertrouwde Coca-Cola ook hier overal verkrijgbaar. Altijd een prima reinigingsmiddel na een wat twijfelachtige maaltijd. Laat in de middag stranden we in Akkystau bij een echtpaar op een kamelenboerderij. Met handen en voeten vragen we of we onze tent mogen opzetten naast het huis. Echt een tuin is er niet, het lijkt meer één groot weiland. Elke avond komen de beesten terug om te eten en worden ze ondergebracht in een stal of staan ze rondom het huis. Vanuit mijn tent bekijk ik de leef situatie. Water haalt men uit de grond en de stal bestaat uit stro, planken en ander gebruikt afval. We worden uitgenodigd binnen een kopje thee mee te drinken en aan te schuiven bij het avondeten. Met pijnlijke spieren nemen we, in de kale woonkamer plaats aan de lage tafel op de grond. Enkel een familiefoto of een tapijt vult de lege ruimte. De avondmaaltijd bestaat uit brood, vlees, snoepjes en kamelenmelk met thee. Na het eten gaan de kamelen op stal en kruipen wij onze tent in. Het was een indrukwekkende dag bij deze Kazachstaanse familie.

Officieel in Azië

Op onze 3e dag fietsen we naar Atyrau. De omgeving is leeg, dor en heet, maar vol met indrukken fiets ik over de rechte weg. Van een afstand zien we golvend door de warmte de stad op ons af komen. In de stad houden we een rustdag en moeten we ons melden bij de migratiepolitie voor een controlestempel in ons paspoort. De stad staat bekend om zijn rijkdom door olie- en vishandel. Het is gunstig gelegen aan rivier ‘de Oeral’ die uitmond in de Kaspische Zee. Het oversteken van deze rivier opent voor ons de weg naar Azië. Door het luxe handelsleven zijn er veel hotels. De meeste onbetaalbaar maar na veel zoeken vinden we een hotel met ligbad voor 8.000 Tenge (€40,-). Nadat we ons paspoort met de betreffende stempel terug hebben verlaten we laat in de middag de stad. Met volle bak wind in de rug maken we toch nog 70 kilometer en belanden met ons tentje net voor het donker ergens in het steppelandschap.

’s Ochtends worden we gewekt door een kamelendrijver. Een witte Lada stuitert over het steppelandschap om tientallen kamelen bij elkaar te houden. Nog voor de wekker gaat worden we wakker door deze brullende kudde en breken we ons kamp af. In het eerstvolgende dorp kopen we boodschappen om onze vochtvoorraad op pijl te houden. Met elk zeven liter drinken fietsen we Oostwaarts richting Dosser. Tijdens de voorbereiding had ik contact met Michel. Een Belgische fietser die ons waarschuwde voor extreem slechte wegen na dit plaatsje. Hij heeft gelijk. Het asfalt eindigt en de weg gaat over in drie, diep uitgesleten, zelf gecreëerde zandwegen. Elk met een eigen richting. Onzeker kijk ik Wouter aan en zeg “waar beginnen we aan, zullen we wel ergens uitkomen”? Voordat we ook maar één meter verder rijden besluiten we eerst informatie te zoeken. In een café vragen we enkele truckers of we goed zitten. Wat blijkt, voor ons ligt 1200 kilometer uitgesleten zandwegen, in Kazachstaans meest verlaten steppelandschap met temperaturen ver boven de 40° en enkel om de 100 kilometer een dorpje voor eten en drinken. Zwaarbeladen met ieder elf liter water beginnen we met meer zekerheid aan het avontuur. Vrachtauto’s zijn vrijwel het enige wat we tegenkomen op deze vlakte, maar tegelijkertijd zijn ze onze beste informatiebron. Langzaam ploeteren we voort en op elke heuvel krijgen we opnieuw uitzicht over zeven naast elkaar uitgesleten zandwegen met allen dezelfde richting. Allemaal gecreëerd naast die ene versleten hoofd(zand)weg. Alleen de spoorlijn, met soms een voorbij kruipende trein, is een bevestiging dat we goed zitten.

De dagelijkse uitzichten zijn bijna te vergelijken met die van de dag daarvoor, daarvoor en weer daarvoor. We bevinden ons in niemandsland en zien om ons heen niets anders dan steppe, doormidden gesneden door een weg van zand. Soms grappen we naar elkaar “Waar moeten we heen”. Ondanks dat vind ik het een inspirerende omgeving en kan ik er erg van genieten. De enorme leegte geeft een gevoel van ongekende vrijheid. Maar langzaam moet ik toegeven dat ik mij slechter begin te voelen en behoefte krijg aan een douche en een nachtje in een echt bed. Mijn lichaam put uit en het komt aan op doorzettingsvermogen. Door het constante gehobbel van de weg heb ik maar weinig trek in eten en drinken. Dit maakt het alleen maar erger en langzaam voel ik me steeds verder achteruit gaan. Het vrije leven op de fiets veranderd in een kei harde strijd met mijn eigen lichaam. Meerdere malen denk ik eraan om te stoppen. ‘Dit trek ik niet meer!’ Gelukkig passeren we later in de middag een dorpje, waar we onze tent kunnen opzetten in de achtertuin van een Kazachstaanse familie. Daar mogen we gebruik maken van de douche. Nog nooit ben ik zo blij geweest met een houten hokje en lauw water, opgewarmd door de zon. Ik kruip vroeg in de tent en denk na hoe we verder moeten… Het zijn nog minstens 375 kilometer naar de volgende stad en dat terwijl we kennis hebben gemaakt met de vreselijke ‘wasbordwegen’. Een korte opeenvolgende hobbelweg, ontstaan door schokbrekers van voertuigen. Een nachtmerrie voor elke fietser!

 

5000 kilometer

Op 7 juni behalen we de 5000 kilometer. De afgelopen dagen was het zwaar. Mede door de warmte, maar voornamelijk door het steeds terugkerende opgeblazen gevoel. Het lukt me met moeite een slok drinken binnen te houden, en dat terwijl vocht cruciaal is bij tempraturen van 46°. Niet alleen ik heb het zwaar, ook de natuur. Water voor dieren en planten is ver te zoeken. Soms passeren we enkele zo goed als opgedroogde plassen water. Voor de rest is het landschap kaal, droog en uitgestrekt. De weg voor ons verdwijnt aan de horizon in de broeiende warmte. Er gaan uren voorbij zonder ook maar een teken van leven om ons heen te zien. Alleen een enkele adelaar, verscholen tussen het dorre struikgewas spreidt zijn drie meter brede spanwijdte en vliegt log weg. Cirkelend boven ons kijkt hij neer op twee kleine fietsers met hun kleurrijke tassen in het bruine landschap. We plannen onze dag zo dat we ‘s middag in een dorpje uitkomen en in een café de ergste middagwarmte aan ons voorbij laten gaan. Rond het avonduur vertrekken we met een nieuwe voorraad eten en drinken. Het is moeilijk een complete avondmaaltijd te vinden in de kleine winkeltjes. Maar een potje tomatenprut met erwten, blikvlees en spaghetti hebben ze meestal wel.

Inmiddels fietsen we al dik 450 kilometer over zand en gravel. We naderen het kleine plaatsje Embi. Gelegen voor een smalle bergketen in het vlakke landschap. Met toppen rond de 800 meter is het een mooie afwisseling in het vlakke landschap. De weg slingert omhoog en tussen de heuvels vinden we een mooie beschutte slaapplek. We genieten van de dagelijkse spaghetti en wederom van een mooie zonsondergang.

Na een goede nachtrust trekken we verder het Ulken Bagtybay gebergte in. Grasvelden vormen zich naast smalle beekjes. Net als enkele bomen zorgen zij voor een welkome groene afwisseling in het roodbruine landschap. Helaas bevinden we ons maar kort op deze mooie bergrug  en worden de uitzichten snel weer eindeloos. In een klein dorpje, gesplitst door een spoorlijn kunnen we onze boodschappen doen. Het winkeltje is zo minimaal dat we maar net voldoende vinden om de warme vlakte tot Shalqar te overbruggen. Een kleine stad zo’n 350 kilometer voor Aral. In Shalqar raken we de weg kwijt en navraag maakt duidelijk dat wind en zand de weg hebben overgenomen en veranderd hebben in een zandduinenlandschap.

 

Geen weg meer richting Aral

Na een wilde nacht waar ons letterlijk de kogels om de tent vlogen vinden we een lift richting Aral. Afgelopen nacht werd ik wakker van stemmen vlakbij de tent. Omdat de mensen op afstand bleven was er geen reden voor paniek. Weer half in slaap gevallen schrokken we beide wakker van enkele schoten. Het eerste wat er door mij heen ging was dat er iemand geliquideerd werd. Schoten op dit verlaten stukje aarde nabij een stad kon niet veel goeds betekenen. Met de slaap nog in de ogen gingen we kijken wat er aan de hand was. Zonder enig besef wat er gebeurde kreeg ik een vuurwapen in mijn handen geduwd. “There… Shoot the bottles!” Ik kneep één oog dicht en schoot. RAAK!! Voordat ik zelf besefte dat ik raak schoot stonden er al vijf shotjes whisky voor ons en kregen we een koude shaslick aangebonden. Nauwelijks kon ik bevatten dat ik nog leefde, laat staan dat ik met drie jongeren rond middernacht op lege flesjes aan het schieten was. Na het knalfeest duurde het een dik uur voordat ik weer in slaap viel…

Hobbelend in een bestelbusje rijden we de volgende dag richting Aral. 150 kilometer rijden we richting de kruising die aansluit op de snelweg, zonder ook maar één huis tegen te komen. Onderweg zien we grote, roodkleurige wolken bewegen. Het blijken sprinkhanen te zijn, maar dan miljarden die zich tegelijkertijd verplaatsen in grote wolken. Tachtig kilometer lang rijden we door een wolk van insecten. 1000e slaan dood tegen de voorruit en ondanks de warmte moeten we de ramen gesloten houden. Na 6,5 uur stuiteren worden we net voor Aral afgezet. We betalen de afgesproken 11.000 Tenge en bedanken de man voor de lift. De fietsen zien oranje van het stof en net voor de stad plaatsen we de tent in het dorre, bijna donkere steppe landschap.

Aral, ook wel bekend als Aral’sk, een kleine stad in het zuidwesten van Kazachstan. In de stad houden we middagpauze, bezoeken een Bazaar en kopen verse groenten en fruit. Met volle tassen beginnen we aan de lange warme tocht richting Baikonur. Volgens vele loopt er een strakke snelweg richting Almaty. Een stad die we later op onze tocht zullen bezoeken. Maar helaas zien we maar weinig asfalt en worden we vaak van de weg geleid naar zandpaden wegens werkzaamheden aan de hoofdweg. We passeren enkele kleine dorpjes en voor de rest blijft het landschap vlak en kaal. Ook de warmte begint ons tegen te zitten. Temperaturen ver boven de 40° slopen langzaam ons lichaam. Plek voor schaduw is nauwelijks te vinden. Enkel een stilstaande bulldozer bij wegwerkzaamheden biedt schaduw. In een klein dorpje houd ik twee kinderen bezig terwijl Wouter boodschappen doet. Het is noodzakelijk dat er altijd iemand bij onze fietsen blijft, want we scheppen veel aandacht. Al moet ik zeggen dat we nog geen slechtgezinde mensen ontmoet hebben. Ook hier vinden we een cafeetje om de middagwarmte te ontlopen. We eten een heerlijke kom Lagmann (groentesoep met dikke slierten noedels) en bedanken de keukendames. Nog voordat we willen vertrekken worden we staande gehouden door twee agenten. We bevinden ons in de “secret-zone” rondom ruimtevaartstation Baikonur en moeten ons paspoort laten zien.

Omdat Wouter zich niet lekker voelt nemen we noodgedwongen een hotel. We pakken de dag erna de bus, om zo verder te reizen naar Qyzylorda. Daar kunnen wij met alle faciliteiten die de stad te bieden heeft uitzieken en ons lichaam herstellen. We nemen ons de tijd om aan te sterken, bezoeken de stad, zoeken weer eens contact met familie. Na twee dagen rust voelt Wouter zich weer sterk genoeg om de fiets op te stappen. Helaas word ik in de nacht voor vertrek ernstig ziek. Meerdere malen zoek ik noodgedwongen het toilet op. Een combinatie van diarree en braken zijn tegelijkertijd bezig mijn lichaam te herstellen. Ook bij mij zijn de uitputtingsverschijnselen nog niet voorbij en duurt het nogmaals twee dagen voordat we eindelijk de stad kunnen verlaten. Daarna gaan we verder met ons avontuur over de heette steppe en zien we dat de dorre en uitgestrekte landschappen nog niet voorbij is. s’ Middags brengen we uren in een café door om ons lichaam tegen de ergste warmte te beschermen. Vaak zijn we de enige klanten. Later die middag kloppen we aan bij een vrijstaand huis en vragen we of we de tent mogen opzetten ergens rondom hun huis. Met handen en voeten krijgen we contact met het gezin en worden we binnen uitgenodigd om mee te eten. In het lege huis knielen we aan de tafel, die rijkelijk gevuld is met noedelssoep, komkommer, tomatensalade, brood en vele andere gerechten. De gastvrijheid is enorm, ondanks dat we uit korte gesprekken vernemen dat het gezin geen geld heeft om de kinderen naar school te laten gaan. Eenmaal in de tent blijft de gedachte door mijn hoofd spoken of er een mogelijkheid is om deze mensen te helpen. Het blijft bizar dat ik gebruik mag maken van hun gastvrijheid terwijl ik zelf het geld heb om over de wereld te reizen.

 

Nederlands praten en een warm bad

De hevige regen van afgelopen nacht heeft van het zandpad naar de hoofdweg een modderige, plakkende bende gemaakt. Met veel geweld duwen we onze fietsen richting de hoofdweg, terwijl beide wielen helemaal vol slippen met klei. Eenmaal onderweg drogen de overgebleven kleiresten en brokkelen ze één voor één van de fiets. Aan de Noordkant begint zich langzaam de eerste bergketen af te tekenen, en dat betekent dat we Shymkent naderen. Na Shymkent, nog zeker zo’n 325 kilometer verderop nemen we afscheid van het vlakke landschap en gaan we de hoogte in. Rond het middaguur doen we boodschappen in Zhanakorgan en tot onze grote verbazing treffen we twee Nederlanders op een motor. Jullian en Rogier zijn onderweg naar Vladivostok, gelegen in het oostelijke puntje van Rusland. Ook zij zijn van plan ongeveer 30 kilometer verderop hun kamp op te slaan. We spreken af een herkenningspunt achter te laten en zo stuiten we twee uur later op de tekst “Holland deze weg à” en slaan rechtsaf het steppelandschap in. Naast hun kamp bouwen wij onze tenten op en delen de avond met bier en gezelligheid. Het voelt goed weer eens Nederlands te praten en je reisavontuur te delen met anderen. Na zonsondergang komen de eerste schorpioenen tevoorschijn en kruipen we ieder onze tenten in.

In de ochtend worden we gewekt door een kudde schapen. We spreken af elkaar in Turkistan weer te treffen. Na een gezamenlijk ontbijt vertrekken we met zijn alle Zuidoostwaarts richting Turkistan. Een klein stadje met het bekende Mausoleum van de Turkse dichter Khoja Ahmed Yasawi. Het staat bekend om één van de zeven bezienswaardigheden en als nationaal monument van het land. Met zijn viertjes bezoeken we het monument en eten s’ avonds een hapje in een goed restaurant.

Voordat we de volgende ochtend op de fiets stappen wisselen we eerst onze mailadressen uit om in Nederland opnieuw af te spreken en zo onze reiservaringen verder te delen. Met een goed gevoel nemen we afscheid en beginnen we aan de 165 kilometer lange rit tot aan de volgende stad. Door de overvloed aan bergwater kleurt de omgeving groener en ontstaat er zelfs ruimte voor landbouw. Kilometers lange irrigatiekanalen voeden meloenenvelden en overal staan kraampjes met stapels watermeloenen. Later die dag vinden we op een jeugdkamp een slaapplek met een zwembad verwarmd door een waterbron. Iets wat je totaal niet verwacht in the middle of nowhere. Op 26 Juni fietsen we Shymkent binnen. Tijd voor een rustdag en een bezoek aan de migratiepolitie voor de volgende paspoortcontrole. Ook geven we onze fietsen, met wat geleend gereedschap van een plaatselijke fietsenmaker een grote beurt. We genieten van goede restaurants, het stadspark en een matras om op te slapen. Op 29 juni verlaten we de stad met een tweede stempel in ons paspoort en nieuwe ketting en tandwielen. Inmiddels staan er 6500 kilometer op de teller en zijn we klaar voor de volgende 690 kilometer richting het bergachtige Almaty.

 

Geen Borsjtsj, Plof of Manthi maar schapenhoofd

Na de stad gaat het terrein vrijwel direct de hoogte in. De donker gekleurde hoogtemeters op de kaart beloven zware dagen, maar de prachtige groene omgeving maakt alles goed. Na zo’n 25 kilometer golvend landschap, met op de achtergrond hoge besneeuwde bergtoppen, is het tijd voor een korte stop. Bij een tankstation kopen we een blikje cola. De baliemedewerkster is zo enthousiast over onze reis dat ze ons een pak chocoladekoekjes geeft. Aan het begin van de middag wordt het klimmen serieus. Met uitzicht op bergtoppen boven de 1000 meter klimmen we door. Een hoogte die we vandaag zeker nog gaan bereiken.. Na een middagpauze, een kom borsjtsj en de tassen opnieuw gevuld met eten en drinken fietsen we verder. We eindigen de dag met 100 schitterende kilometers, 1086 hoogtemeters en een prachtige slaapplek met uitzicht over de besneeuwde bergtoppen tegen de Kirgizische grens.

Met nieuwe energie en een frisse ochtend fietsen we richting Taraz. Onderweg passeert ons een karavaan van vrachtauto’s vol stro. Het verkeer is drukker aan de oostkant van Kazachstan. Rechts van ons blijven we genieten van de besneeuwde bergtoppen tegen de Kirgizische grens. In het grensstadje Teraz proberen we over te steken naar Kirgizië. Kirgizië bestaat volledig uit gebergte en kent werelds grootste bergmeer. Volgens vele reizigers (zoals Jullian en Rogier) is het land meer dan de moeite waard voor een bezoek en toegankelijk met een Kazachstaans visum.

Met goede moed vertrekken we de volgende ochtend richting de grens. Langzaam komen de slagbomen van het land in zicht. Een land met ongerepte natuur en een oude cultuur. Bij de grens moeten de tassen van de fiets, alles door een controlescan en als laatste volgt er een paspoortcontrole. Uiteindelijk is het antwoord “закрыто” (zakritt) wat gesloten betekend. Vanwege ons zakelijke visum krijgen we geen toegang tot dit land. Teleurgesteld fietsen we dezelfde weg terug om in Taraz alsnog de weg richting Almaty te zoeken. Lang kijken we gefrustreerd naar de hoge bergtoppen aan de Kirgizische kant Uiteindelijk vinden we een mooie slaapplek in de schaduw van enkele eenzame bomen met uitzicht op een trein die als een kleine rups over het landschap kruipt.

De volgende ochtend zitten we vroeg op de fiets. De hoge toppen verdwijnen langzaam uit het zicht en maken plek voor open grasvelden. De koele wind maakt het fietsen iets aangenamer in deze streek. Sinds lange tijd fietsen we over nieuw strak asfalt, onderweg richting Shü. Ondanks het strakke wegdek krijgt Wouter een kapotte band en moet zowel de binnen- als buitenband vervangen worden. De fiets heeft zware omstandigheden achter de rug. Met wind in de rug maken we een dag van 110 kilometer en belandde bij een eenzaam huisje in het golvende groene graslandschap. Daar treffen we enkele honden, tientallen schapen en een herder met zijn één-tandige vrouw. We worden uitgenodigd binnen een kopje thee mee te drinken en aan te schuiven bij de avondmaaltijd. Met schrik zie ik de vrouw naar de kom grijpen die ik bij binnenkomst al op de kast zag staan. Deze is gevuld met stukken rouw, groengrijs vlees, welke ze op tafel zet. Meerdere malen dringt ze aan een stukje vlees te nemen. Uiteindelijk waagt Wouter zich eraan, maar ik houd het bij brood, koekjes en thee. Bijna kolkhalzend verlaten we de tafel en vrijwel meteen vraagt Wouter of ik nog cola heb om zijn maag te reinigen. Het is één van de ondragelijkste maaltijden die ik ooit in mijn leven op tafel heb zien staan. De nacht mogen we doorbrengen op de grond in de kleine, vochtige huiskamer. We mogen zelfs gebruik maken van de douche, al is het niet meer dan een buis met stromend grondwater die de drinkteil van de schapen vult. Nog voordat we onze ogen kunnen sluiten krijgen we een gloeiend hete pannenkoek in onze handen geworpen. Deze is gemaakt in de buitenkeuken in een beslagkom vol vliegen die tevens dient als voerbak voor de hond. Met deze onhygiënische, maar toch gastvriendelijke ervaring lukt het mij niet om in slaap te vallen…

 

Bijna in Almaty

Brak word ik na vier en een half uur gewekt door het licht van een kamerlamp dat zwak door het tapijt schijnt dat dient als kamerdeur. Wouter die de nacht buiten heeft doorgebracht tref ik bijna startklaar aan en nog voordat het ontbijt op tafel verschijnt zitten we op de fiets. We hebben meer dan genoeg lekkers van dit gezin geproefd. Al waren ze ongelooflijk gastvriendelijk. De ochtenddouw trekt langzaam tussen de heuvels weg en maakt plaats voor de zon. Het is 7 uur in de ochtend, rustig op de weg, stil in de dorpjes en de winkels nog gesloten. Rond 10 uur pauzeren we in een restaurant en eten een grote kom Lagmann. De brakke nacht die we opliepen  bij de schapenboer besluiten we in te halen bij een hotel in Shü. De volgende dag slapen we weer in onze tent, dit keer boven op een heuvel met een schitterend uitzicht tijdens zonsondergang.

Weer bijgeslapen trekken we de haringen uit de harde rotsgrond en breken ons kamp af. Het enige leven om ons heen is een gecamoufleerde bidsprinkhaan en enkele schapen in de grasweides voor ons. Voor de rest is het stil en genieten we van brood met tomaat en ketchup. De dag begint met een afdaling richting het dorpje Alga. Daarna is het klimmen en bereiken we via een prachtig, ruw rotsgebergte een hoogte van 1246 meter. Ons hoogste punt tot nu toe! Tot onze grote verbazing treffen we daar opnieuw Jullian en Rogier. We kletsen kort bij over hun avonturen in Kirgizië en trekken verder over de koele hoogvlakte. Na enkele schitterende kilometers maken we ons klaar voor de afdaling. Volop geniet ik van de slingerende weg omlaag door het ruige landschap van steen. Een “wauw”-moment ontstaat, want het is puur genieten! Kleine stroompjes water maken het mogelijk enkele groene bomen in het harde, stenen landschap te laten groeien. Eenmaal beneden blijft de bergrug lang zichtbaar. De weg strekt zich lang voor ons uit en wisselend aan kop maken we laat in de middag nog 40 zware kilometers tot onze volgende slaapplek.

Op 6 Juli bereiken we Almaty. Een communistische stad vol statige overheidsgebouwen en tot 1997 de hoofdstad van Kazachstan. Tegenwoordig is dit Astana, zo’n 1200 kilometer Noordelijker. In Almaty houden we meerdere dagen rust. Onze laatste lange tussenstop was in Volgograd. Ook hier genieten we van het luxe stadsleven. We bezoeken een Moskee, de drukke bazaar, een Russische kathedraal en beklimmen de weg naar een hooggelegen bergmeer. De weg naar het meer is zwaar maar de omgeving is schitterend en de groenste in maanden. Het blauwe water, omringt door hooggebergte en groene dennen levert mooie plaatjes op. Uiteindelijk brengt deze dag vol natuurschoon ons naar een hoogte van 2700 meter. Het is een lange uitgestrekte klim van dertig zware kilometers. We eindigen de dag met een mooie beloning en we vliegen omlaag met snelheden boven de 60 kilometer per uur.

 

Een scheur in het landschap

Na een heerlijke tijd en een nieuwe planning voor China verlaten we op 11  Juli de stad. Volgens schema bereiken we over zes dagen China. In de afgelopen dagen hebben we besloten niet meer naar Beijing te fietsen, maar in Shanghai te eindigen. Shanghai ligt zuidelijker in China wat de weg ernaartoe groener en minder warm maakt. Minder woestijn, betekent automatisch minder hitte. Een Engelse fietser attendeerde ons op temperaturen van 55° in het noordelijke deel van China. Dit zette ons aan het denken want het zijn dusdanig onmenselijk temperaturen om het gebied per fiets te doorkruisen. Met dikke regendruppels  verlaten we Almaty. Het is een hele klus om in het drukke verkeer de goede weg te vinden. Doorweekt pauzeren we in een wegrestaurant en eten een kom warme Lagmann. Later die dag klaart het op, we kopen boodschappen en fietsen verder door de groene omgeving. Sinds maanden krijgt de tent een plekje op een groen grasveld. Daarna volgt een lange, saaie weg door aaneengesloten kleinschalige industrie, langs hoge bergtoppen aan de rechterhand en dit brengt ons in Shilik. We kopen nieuwe groenten en fruit en ik verwissel mijn buitenband van voor naar achter. Na de stop van enkele uurtjes fietsen we richting de grensstreek. De omgeving kleurt weer droog en de weg loopt door de Gorge van Kokpek. Een onverwachte mooie bergpas van ruw gesteente. Slingerend tussen het steen vinden we een slaapplek boven de 1000 meter en genieten lang van de schitterende omgeving.

Via een weg vol scherpe bochten en mooie kleuren tijdens zonsopkomst, verlaten we de Gorge en bereiken we een kale hoogvlakte. Hier staan de eerste borden met de grensplaats Korgas aangegeven. Wij blijven de M351 volgen richting de Charyn Canyon. Een nationaal natuurpark in het zuidoosten van Kazachstan. Het is een weg vol steile klimmen en deze brengt ons uiteindelijk bij rivier de Charyn. Deze stroomt diep uitgesleten tussen een kloof in het landschap. Via een verlaten zandweg volgen we de bordjes richting het begin van de kloof. Na veel zwoegen stoppen we voor de afgrond met een schitterend uitzicht over de enorme scheur in het landschap. Het wordt ook wel vallei van kastelen genoemd. Van een Zwitsers stel horen we dat je per fiets makkelijk de Canyon in kunt en een prachtige slaapplek aan de rivier kan vinden. Met open mond fiets ik even later door de kloof van opgestapelde, oranjebruine stenen die hoge torens vormen. Dit mag oprecht het mooiste stukje natuur van de hele reis tot nu toe genoemd worden!

 

Bijna in China

Beneden aan de rivier bouwen we de tent op, we koken spaghetti en genieten lang van het klaterende beekwater en de mooie kleuren van de zonsondergang. We zette onze koers Oostwaarts richting Korgas. Het is het laatste stadje voor de grens  naar China. We klauteren uit het dal en hebben nog eenmaal zicht op de diepe Charyn-kloof. Maar het ruige terrein en de hoge temperaturen maken het fietsen zwaar. Voor het laatst steken we in Kazachstan een rivier over en vinden beneden aan de oever een beschutte slaapplek. De laatste nacht in Kazachstan trakteren we onszelf op een hotel. Helaas is dit het vieste hotel in de afgelopen vier maanden. Behalve de warme kraan en de douche is werkelijk alles vies, kapot of plakkerig. Op de geplande datum van 17 juli fietsen we onze laatste kilometers op Kazachstaans wegdek. Een verlaten stukje bosweg brengt ons naar de grens van China. Na 3500, hete kilometers, in 48 dagen, verlaten we Kazachstan en maken we een feit van Cycle2china!